du prof de français.punt.nl

Vorig jaar was er bij leerlingen in de onderbouw niet veel belangstelling voor het vak Frans. De sectie haalde van alles uit de kast om de leerlingen beter te motiveren om aan het vak te werken én om het vak te kiezen in de bovenbouw.

In de loop van het jaar hadden we bijvoorbeeld al gekeken naar andere lesmethodes die wellicht leuker en aantrekkelijker voor de leerlingen zouden zijn. We hebben er lang over gesproken en de keuze voor een nieuwe methode werd steeds uitgesteld.  De collega die als laatste bij de sectie kwam, had ervaring met AIM, een Canadese methode die met woord en gebaar het leren van het Frans een stuk aangenamer zou maken. Om hiermee beter kennis te maken, gingen twee collega’s naar een scholingsdag AIM aan de VU in Amsterdam. Dat gebeurde in de laatste week van de zomervakantie.

Een van de collega’s stuurde een enthousiaste mail en beloofde een verslag te sturen. Op zondagavond, de laatste vakantiedag, ontving ik een voorstel waarin stond dat sectie AIM als methode zou gaan gebruiken in de brugklas, startende aanstaande woensdag!.

Mijn mond viel open. Blijkbaar is het mogelijk binnen een week te kiezen voor een totaal andere aanpak van het Frans in de brugklas.

Mijn mond viel open: op maandag kreeg ik te maken met een ‘point of no return’ moment en kon ik in feite niet anders dan JA zeggen tegen deze werkwijze

Mijn mond viel open: ik kreeg een snelle cursus AIM-gebaren van een collega zodat ik de eerste les aan de slag kon.

Mijn mond viel open: er was een “demo-boek” , een kopie waaruit ik kon werken met een ellenlange inleiding en verantwoording.

Mijn mond viel open: binnen 3 vakantiedagen én een weekend is besloten het roer om te gooien en volgens een andere methode te gaan werken. Van een afstand gezien behoorlijk spectaculair, zo’n didactische/pedagogische omslag

We zijn nu 8 weken verder. Als een semi-volleerd tolk/vertaler sta ik druk gebarend in de klas Frans te praten met leerlingen die, eerlijk is eerlijk, een keurige uitspraak hebben zonder dat ze ook maar één woord hebben gezien of geschreven.  Continu nazeggen wat de docent zegt, dat is de truc. Of ze hiermee grotere kennis van de taal vergaren en meer gemotiveerd raken is nog niet bewezen. 

Reacties

 

De titel verwijst niet naar een nieuw tv-format dat aan de brein van John de Mol is ontsproten.  Nee, So You Think You Can Teach was mijn eerste reactie na een brief van een ouder die uitgebreid vertelde hoe volgens hem het in mijn lessen en in mijn organisatie had moeten gebeuren. Altijd leuk om te lezen hoe ouders de reacties van hun kind en de verhalen omzetten naar een mening die bij henzelf tot boosheid leidt en bij mij alleen maar opperste verbazing. Immers, alle informatie omtrent het huiswerk, leerwerk, planning enz. is permanent beschikbaar, inzichtelijk en transparant. De leerling én de ouder kan van dag tot dag zien wat je als docent gaat doen. Resultaten van die inspanningen zijn eveneens direct oproepbaar: zodra ik een cijfer in het systeem zet, is deze voor de leerling en ouder in beeld. Via de app hebben de leerlingen bij wijze van spreken het cijfer al in beeld op het moment dat ik het invoer.

Maar dan die ouder: zodra er een centimeter afgeweken wordt van een planning, een onderdeel anders wordt uitgevoerd of dat er zelfs iets wordt toegevoegd, dan breekt de pl....s uit. Dan wordt de moeite genomen om lange mails en brieven te schrijven om vooral duidelijk te maken dat er maar één de zaken fout aanpakt: de docent.  Dat is de persoon die de fout maakt en niet het prinsje/prinsesje ! 

Ik heb geen bezwaar dat ouders betrokken zijn bij het onderwijs aan hun kind maar soms gaat men naar mijn mening net iets te ver. Inmiddels heb ik bijna het equivalent van 2 lesuren besteed aan de ouders, de mails, de leerling, gesprekken met teamleider en de mentor. Ouderparticipatie? OK,  maar dan net als met drinken.... met mate

Reacties

Afgelopen week was er de Sinterklaasviering met de mentorklas. Ik had met hulp van een leerling een prezi gemaakt met vragen. (Handig: zowel ons basisdocument delen via Google Docs als samen werken aan dezelfde Prezi).

Voor iedere leerling was er een -persoonlijke- vraag. Voor sommigen was duidelijk dat de vraag was terug te leiden tot gesprekken die ik met de leerlingen had gevoerd of de gegevens die in ons schoolsysteem staan. Maar toch, door te googlen was het mogelijk info van een aantal kinderen boven tafel te krijgen. Een van hen was oprecht stomverbaasd toen er een vraag kwam die gebaseerd was op iets dat ik in een online archief van een streekkrant vond. "Hoe kan u dat nou weten?????"  Tja, je laat dus overal je sporen achter zei ik tegen die leerling. Soms is het onschuldig (zoals nu), soms wil je niet dat er info boven komt drijven die je lang geleden op een -duistere- plek hebt neergezet. 

De online workshop van Kennisnet geeft hier mooie voorbeelden van. Het is nuttig voor ouders en docenten om de online workshop Mediawijsheid 's te volgen en de voorbeelden die ze geven 's te bekijken en te bespreken met hun kinderen. Onderstaande clip is een goed voorbeeld van niet-mediawijs zijn en sluit naadloos aan wat mij betreft bij de stomverbaasde reactie van mijn mentorleerling. In het clipje gaat het om leerling Sarah

 

 

Reacties
Ook dit jaar mag ik weer mentor zijn van een 3V klas. Hopelijk net zo'n leuke, gemotiveerde en aardige kinderen als vorig jaar. Ik had toen overigens een experiment met Yammer. Ik was benieuwd of de leerlingen in deze 'zakelijke' twitterachtige omgeving met hun mentor informatie wilden uitwisselen. Dat is deels gelukt. De meeste hadden vorig jaar net Twitter ontdekt en concentreerden zich daarop. Dit jaar dan maar geen Yammer dus vroeg ik aan de groep tijdens de eerste mentorles wie er allemaal met Facebook aan de slag waren. Tot mijn verrassing een stuk of 8 (= 25 %) en van die 8 waren er direct 4 à 5 die zeiden dat ze er niets mee deden. Kortom, zo'n 3 à 4 leerlingen uit een groep van 32 is actief op Facebook. Dat viel me eerlijk gezegd tegen. Hoe zou dat komen want om je heen hoor je iedereen zeggen dat de jeugd zo actief is met sociale media!. Misschien moet dat toch genuanceerd worden per 'programma'. Vorig jaar zag ik steeds meer kinderen actief worden met Twitter. Sommigen zag je grote aantallen tweets de wereld insturen waarbij het leek of er een wedstrijd aan de gang was: wie verstuurt de meeste tweets? Begin december kondigde een leerling aan dat-ie streefde naar de 10.000ste tweet op 31 december. Hij had er pas 9100 op 1 december dus er was nog veel te doen. Natuurlijk zal niet iedere leerling op die manier ermee bezig zijn maar ik denk wel dat de volledige focus op Twitter de aandacht voor andere tools wegneemt. Dus ja, ze zijn bezig met sociale media maar nee, niet met meerdere tools tegelijk. Dat is mijn voorzichtige conclusie want niemand kan anno nu zeggen dat-ie Facebook niet kent of niet weet hoe het werkt. Misschien moet ik nog een jaartje geduld hebben en hopen dat ze de diverse tools gedoseerd weten te gebruiken. Mentoraat en Facebook gaan dit jaar nog niet samen ben ik bang
Lees meer...
Domeinregistratie en hosting via mijndomein.nl